Jo van Zante: Bang waren we niet. We waren gewoon brutaal, we saboteerden de boel!”

Jo van Zante, Vuren

Jo van Zante (87) heeft zijn veteranenstatus te danken aan zijn uitzending naar Nederlands Indië. Maar als jongen van een jaar of 16, 17 heeft hij in Vuren de tweede wereldoorlog heel bewust meegemaakt. En daar heeft hij ook veel over te vertellen. Hij wil graag dat die verhalen bewaard blijven voor het nageslacht. En dan wil hij daarna ook nog wel wat over Indië vertellen.

Jo van ZanteEngelse bommenwerpers

Jo van Zante woonde in een boerderij op de Waaldijk bij de N.H. Kerk in Vuren. Hij weet het nog precies. “In de eerste oorlogsjaren merkten we hier op het platteland weinig van de oorlog. Wél zagen we de Engelse bommenwerpers op weg naar Duitsland, om daar de wapenfabrieken te bombarderen zodat de productie stil kwam te liggen. Die bommenwerpers werden geregeld door de Duitsers beschoten vanaf de grond. Op Leuven was een onderdeel van het Duitse leger geplaatst, luchtartillerie”.

Overal bij

Uit zijn verhalen blijkt, dat Jo en zijn vriendje overal bij waren. Als er iets aan de hand was, dan gingen ze erheen. “Een keer zag ik hoe een Engelse piloot werd neergehaald. Ik ben er snel heen gefietst en heb de parachute opgetild om eronder te kijken. Daar lag hij, dood. Toen kwam er een man aanlopen en die griste de wapens van de piloot weg. Ga hier snel weg, zei hij, het is gevaarlijk, de Duitsers zijn ook naar hem op zoek! Later bleek die man van de ondergrondse te zijn.

Hoewel Jo steeds zegt dat de oorlog voor hen als jongens een fijne tijd was, heeft hij wél trieste herinneringen. “Ook heb ik gezien hoe drie Engelse jagers in een hevig gevecht raakten met de Duitse luchtartillerie. Een ervan werd getroffen. De piloot sprong eruit maar het vliegtuig ging brandend door en vernielde een huisje hier aan de dijk. Het brandde volledig uit. Een vader en zijn twee dochtertjes kwamen om. Ik ben naar het huisje toe gefietst en zag het verkoolde lijk van de vader liggen. Dat vergeet je niet.”

Evacués op de boerderij

Pas in 1944, toen de geallieerden vanuit het Zuiden waren opgerukt tot aan de Maas, kwam daar de frontlinie te liggen. De geallieerden beschoten de overzijde van de rivier. Voor de Duitsers was de Maas de eerste verdedigingslinie. Dorpen als Genderen, Ammerzoden en Hedel lagen dagelijks onder vuur. Langs de Waal legden de Duitsers de tweede verdedigingslinie aan, van Gorinchem via Vuren, Haaften, tot Tiel. Ook Fort Vuren werd gebruikt door de Duitse bezettingsmacht.

De inwoners die in de vuurlinie woonden moesten naar het Noorden evacueren, de Waal over. Zo kwamen ze ook terecht bij de boerderij van Van Zante. “Ze gingen te voet, op de fiets, met de hondenkar, paard en wagen, noem maar op, met het kleine beetje aan bezittingen dat ze mee konden nemen. Een hele uittocht. Bij ons kwamen mensen uit Andel en Eethen terecht. We hebben altijd contact met hen gehouden, ze waren een soort familie geworden. Ook uit Rotterdam kwamen mensen eten te halen. De Hongerwinter was inmiddels aangebroken. Ze hadden daar niets te eten, maar hier in de Betuwe hadden we voedsel, zoals melk, aardappelen, tarwe”.

Gevorderd

De Duitsers, die een gebrek hadden aan vervoersmiddelen, ‘vorderden’ bij de boeren paarden en fietsen. Alles werd verzameld bij de Steenfabriek De Heuff. “We werden zelf ook regelmatig gevorderd, dan moesten we werken voor de Duitsers. Ik moest een keer met ons paard een kanon uit een boot helpen trekken. Toen het op de kant was heb ik het paard snel losgemaakt en ben direct weggegaan. Ik dacht: ze moeten dat kanon zelf maar de dijk op sjouwen! Nee, bang waren we niet. We waren gewoon brutaal, we saboteerden de boel!”

Wel bang

Op de vraag of hij écht nooit bang was denkt Jo even na.“Ja, toch wel. We stonden op de Waaldijk te praten, toen er iets zo’n 40 meter boven de rivier met een grote steekvlam over de Waal in onze richting kwam aanbrullen. We renden in tegengestelde richting in de hoop dat het ons voorbij zou gaan en dat gebeurde ook. Het bleek een V1-Bom te zijn. Later hoorden we dat de bom op een huis in Giessen terecht was gekomen. Vier jongens dood.

Ik herinner mij nog een angstig voorval. Op een dag kwam een man van de Waffen-SS, die duidelijk op rooftocht was, bij mijn vader een paard vorderen, maar mijn vader wilde het niet afgeven. Ze kregen ruzie. Ik zie nog het beeld voor me van de SS-er die een revolver op mijn vader gericht hield. Gelukkig greep een Duitse commandant in”.

Zwarte baret in Indië

Drie jaar later werd Jo als dienstplichtig soldaat uitgezonden naar Nederlands Indië. “Ik kreeg een brede opleiding van acht maanden. Chauffeur, radio, kanon, bevelen geven, alles leerden we. We hadden een zwarte baret”.

vanzante3Hij werd ingescheept op de Zuiderkruis. “Ik weet nog dat we een knipkaart kregen en scheepsgeld (zie foto). En bij het passeren van de evenaar werden we in een bak met vuil gejonast”.

Sluipschutters

“Mijn taak was beveiliging en konvooibegeleiding”, vervolgt Jo. “De konvooien, vooral Chinezen met handelswaar, werden steeds aangevallen en beroofd door ‘rampokkers’ (dievenbendes). We moesten die beschermen met drie gepantserde voertuigen. De tijd in Indië was heftig, maar de kameraadschap was heel positief. Je vertrouwde elkaar blind en had alles voor elkaar over. Ik zat meestal in de auto, dus ik was minder kwetsbaar. Maar als er vrijwilligers werden gevraagd voor een patrouille, om de andere jongens die al op patrouille waren geweest rust te gunnen, ging ik wél. Wij kregen als legerpatrouilles te maken met sluipschutters, een soort guerrilla. Ze bevonden zich onder de bevolking. Moeilijk, je wist nooit wie je vijand was. Ze konden je vriendelijk goedendag zeggen en je vervolgens in je rug schieten als je je had omgedraaid.”

Doorgeven aan de kinderen

Toen Jo na twee jaar weer thuis kwam wilde hij het liefst de boel vergeten: “Ik wilde de herinnering kwijt. Maar zo werkt het niet. Ik zie wel beelden, maar ik kan er redelijk goed mee om gaan. Reünies zijn positief en belangrijk” (zie Jo – links op de foto – met andere Indië-veteranen).

Wat Jo aan de kinderen zou willen doorgeven? Dat heeft te maken met een aantal waarden, maar ook met een stukje kennis. Jo: “Niemand denkt het zelfde en dat moet kunnen. Het is belangrijk om iedereen in zijn waarde te laten.

Je moet niet verdelen, maar verbinden. Dan ben je met vrede bezig. En democratie, dat is zeer waardevol.

Daarnaast vind ik het belangrijk dat de kinderen aan de hand van een kaart van dit gebied leren wat er is gebeurd in hun eigen dorp of streek. Dat ze snappen waar het gebeurde, waar de vuurlinies lagen. Dus een beetje aardrijkskunde”.

Interview en foto’s: Saskia Weddepohl

Back To Top